Mijn hoofd heeft de omvang van een blauwe Nivea strandbal. Als de dijken hier ooit doorbreken, zorg dan dat je bij mijn kop in de buurt bent en grijp het vast, je blijft geheid drijven. Met zo’n Kevin Costner Waterworldhoofd moet je geen caps dragen.
Petjes op maat, of fitteds zoals ze in het straatmodejargon heten, staan mij niet. Dit is een frustratie die al zo’n 33 jaar duurt. Het begon bij Starter caps, begin jaren negentig toen ik de NBA en NFL redelijk goed volgde, de eerste in Nederland verkrijgbare edities van The Source stuklas (dankzij een tip van Kees de Koning in Oor) en NBA Jam op mijn Megadrive gek dunkte.
Met de meest exclusieve exemplaren op het hoofd (meegenomen door zakenreizende papa’s) kwamen mijn beste vrienden tot de conclusie dat ik toch een betere buddy was wanneer ik mijn kop onbedekt liet. Volgens hen zag ik er mét petje uit als een Lego poppetje dat in de clip van Janet Jackson’s Rhytmn Nation terecht is gekomen. Hoekig en lomp als de hel.
Zucht.
Maar ja. Voor mij zijn petjes als G-shocks, jackies en rugzakken: accessoires met een hoog “Joh, koop gewoon ook kleurvariant #16 van deze limited op je favoriete film gebaseerde editie“-gehalte. Nee zeggen is geen optie.
Al helemaal niet wanneer nerdje Spongebob je lief aankijkt.


©