Eigenlijk best jammer dat je geen romans leest. Daardoor mis je niet alleen verhalen die je leven mooier maken. De shitload aan soms instant classic cover-ontwerpen krijg je ook niet te zien. Ik ben laatst weer begonnen aan de Tandeloze Tijd ...

(klein, zeer bescheiden en onverwoestbaar: Casio G-Shock ontwerper Kikuo Ibe)
Dat sommige G-shock modellen het goed doen bij Jersey Shore types, daar kan de uitvinder van deze klassieke klok niks aan doen. Merken worden gelanceerd, verliezen aan populariteit, worden door een paar strategisch slimme keuzes weer opgepikt door voorlopers waarna de massa wederom volgt. Of zoals Q-tip tegen zijn vader zei: things go in cycles. Tijd voor een paar licht filosofische minuten met de designer van de oorspronkelijke DW5000 G-Shock, Kikuo Ibe over eh, tijd.
Wat was de beste periode van je leven?
“Geloof het of niet, maar dat is nu. Ik reis al twee jaar de wereld over en ontmoet overal bijzondere mensen.”
Op welke tijd ben je het meest trots?
“Ik heb de G-Shock ontworpen, maar dat is niet iets waar ik bijzonder trots op ben. Zo zit ik niet in elkaar. Ik ben vooral blij dat ik de kans heb gekregen om dit horloge te ontwerpen. En natuurlijk ben ik blij met de waardering die mijn werkgever krijgt.”
Hoe ervaar je tijd?
“Het mooie van tijd is dat iedereen het krijgt: of je nu jong, oud, rijk of arm bent: tijd wordt aan iedereen uitgedeeld. En als je vindt dat tijd iets kostbaars is, probeer het dan goed te gebruiken.”
Doe jij dat ook? Je werkt al zo lang voor Casio, had je niet liever andere dromen willen najagen?
“Haha, als student wilde ik arts worden, maar elke keer dat ik bloed zag werd ik niet goed. Dus dat heb ik opgegeven.”
Vraag je je wel eens af hoe het zou zijn om in een ander tijdperk te leven?
“Daar heb ik nog nooit goed over nagedacht….”
Stel, je leeft honderd jaar geleden, zou je dan net zo succesvol zijn?
“Ik vind niet dat ik succesvol ben. En het is ook zeker geen streven van me om dit wel te zijn. Verder denk ik dat ik in het verleden geen kans gemaakt zou hebben: toen was er een tekort aan vanalles en nog wat en ik ben echt afhankelijk van techniek.”
Maakt het ontwerpproces nog steeds deel uit van je dagelijkse bezigheden?
“Nee, ik stuur designers en ingenieurs aan, zelf ontwerp ik geen horloges meer. Ik ben vooral strategisch betrokken bij G-Shock en overzie een team dat nieuwe technieken ontwikkelt.”
Hoeveel tijd krijg je eigenlijk om een nieuw G-shock-model te ontwerpen?
“Dat verschilt, voor een compleet nieuw horloge ligt dit tussen een en drie jaar.”
Als je tijd terug kon draaien, wat zou je dan anders doen?
“Ik geloof niet in het maken van verkeerde beslissingen, ik accepteer mijn keuzes, of ze nu goed of slecht blijken te zijn.”
De drie mannen op de onderstaande foto’s heten allemaal Ernest Greene. Eentje is een sexfilmproducent en een ander zou heel goed ‘…is it cause I is black’ gezegd kunnen hebben toen zijn bonuskaart een keer niet gescand werd. Toch heeft er maar één de artiestennaam Washed Out en is daarmee verantwoordelijk voor Within And Without, de chillwave soundtrack van 2011. Ik kan niet wachten tot die plaat uitkomt. Jij dan?
Zou de persoon rechts op deze plaat soms de Ernest Greene zijn die je een zomer lang laat relaxeren en wegdromen?
Of is deze licht melancholieke overduidelijk met innerlijke demonen worstelende jongen soms de Ernest Greene met wiens muziek je jouw schatje laat blijken dat je heus wel een gevoelige kant hebt?
Of is het misschien toch deze vrij ontspannen man die met zijn muziek het concept chillen naar een hoger plan brengt?
Voorpret pak je hierrrrr:
Die Sasa Ostoja toch. Mij een beetje een prachig MonoLogo opsturen uit het niets. (Even deze pagina tig keer verversen, dan komt ie vanzelf voorbij.) Het is dat ik een blog heb waarop ik talent zoals Sasa graag een podium geef, want anders wist ik niet wat ik er mee moest. Anyhoo, je bent allang afgehaakt en druk aan het scrollen door de illustraties van Sasa. Als je daar klaar mee bent gewoon even de rest van deze posting lezen ok?
Ben jij te betrappen op de heide met een paar afgesleten Teva’s aan je voeten, knabbelend aan een versgeplukte kastanje en ondertussen grafische odes aan de zon tekenend? Of ben je gewoon een stadsmens dat toevallig de natuur mist?
“Ik ben inderdaad een stadsmens dat de natuur mist.”
Wat wil je met je werk bereiken?
“Het is een ode aan dieren. Eigenlijk heb ik dieren hoger zitten dan de mens. Die maken er vaker een boeltje van dan de diertjes. Daarbij moet ik vaak om de dieren lachen. Bijvoorbeeld als mijn kat Binky koelkasten en deuren openmaakt of liedjes voor me zingt als er gegeten moet worden. Met mijn tekeningen wil ik een eigen wereld vormgeven met dieren en natuur waar ik zelf in rond zou willen lopen.”
Welke illustratie vat Sasa Ostoja het best samen?
Verzamelaars die er graag vroeg bij zijn: binnenkort komt er een Ben G team board uit met een print van Sasa die bestaat uit een mythisch dierenbos.
Ik begrijp het wanneer je in de COS bent en bij het afrekenen van je kleding nee zegt tegen een gratis exemplaar van COS magazine. Wat moet je met een veredeld reclamefoldertje van een Scandinavische modeketen? B.O.N.J.O.U.R.K.E. Lezen natuurlijk. Dat magazine wordt geproduceerd door Gert Jonkers en Jop van Bennekom (Fantastic Man)! Djeez.
Behalve interviews met Lykke ‘so so lekker’ Li en David Pearson die verantwoordelijk is voor een serie wonderschone Penguin paperback covers, vind je in COS magazine ook een Q&A met Tizer Baily, de personal assistent van Vivienne Westwood en Emma ‘Mind the gap’ Clarke, stemactrice die je waarschuwt in de Londonse metro. Oh en er staat ook een stuk over een paardentherapeut in.
Dat bedoel ik.
EDIT: ik hoor net dat het ontwerp van deze issue is gedaan door Alex Shoukas, die samen met Laurenz Brunner verantwoordelijk is voor de vormgeving van de Arnhem Mode Biennale die vandaag is begonnen.
“I believe that all good music is very simple. You have something to say because you have to say it: lyrics out of necessity and then a fucking good beat.” Lykke Li.
“If somebody is very chilly, they may have a very thin tone to their voice and might be a bit strident. You can tell the level of empathy that someone has by their voice. A lot of unspoken qualities of the person leak into the voice.” Emma Clarke.
“As a graphic designer, I think a book cover is an amazing thing to work on. In most other jobs you have to be black and white, but on book covers you can capitalise on ambiguity. You can play on intrigue and moods. You can titillate. I love all that!” Dave Pearson.
Modefotografie waarin de kleding een ondergeschikte rol speelt is verschrikkelijk, als ik kunst in een boekje wil ga ik wel naar het nieuwscentrum van Atheneum Boekhandel. Maar de manier waarop Maurice Scheltens en Liesbeth Abbenes COS kleding presenteren heeft hetzelfde effect als meer traditionele modefotografie: ik krijg zin om dat spul te scoren. Prachtig.
Museum.
Zo. De busladingen bezoekers die MonoBrow binnenkomen via Google zoekwoorden als “Natascha (SYTYCD)” en “douchebag betekenis” zijn we kwijt.
Vrijdag was ik in Antwerpen op uitnodiging van het net geopende Museum aan de Stroom (MAS), een tien verdiepingen tellende interpretatie van modern museumbeleid. Van het gebouw tot de presentatie van de collecties en website: er is goed nagedacht over de manier waarop je een museum in 2011 aan de aandachtspanne van een Tumbler-feed hebbende man brengt.
Dat begint bij het gebouw en wat je ook van vindt van dit ontwerp van Neutelings Riedijk, indrukwekkend is het. Je kent dit architectenduo van het Beeld en Geluid Insituut. Ook al zo’n pand dat de meningen verdeelt.
Maar met een gebouw alleen kun je als museumdirecteur niet achterover op je Eams stoel leunen, je sigaar-as tippend in een Jeff Koons asbak, terwijl je je ironische Rien Poortvliet stropdas nog eens rechttrekt en je PA zegt dat ze die ochtend geen telefoontjes moet doorzetten omdat je het te druk hebt met genieten van het handgeweven tapijt met Banksy motief.
De live rondleiding met een MAS-gids op de website is nice, het restaurant op de bovenste etage is ook onmisbaar, maar wat echt goed gedaan is: de presentatie van de collectie. Het MAS lijkt namelijk nauwelijks op een traditioneel museum, het voelt nog het meest alsof je een magazine binnenloopt.
De collecties zijn namelijk onderverdeeld in thema’s (macht, leven & dood), die weer als een soort rubrieken gepresenteerd worden in verschillende vormen, waarbij oude vondsten en moderne kunst elkaar afwisselen. Dus geen zalen vol vroom kijkende Middeleeuwers in olieverf of juist alleen met slecht proza volgeschreven wc-rollen. Periode’s en stijlen vullen elkaar in dezelfde ruimtes aan.
Het voelt wat willekeurig, maar dat geeft eigenlijk niets, het lijkt nog het meest alsof je door je RSS-feed loopt. Die willekeur komt omdat het MAS de collecties bevat van drie musea (het Etnografisch Museum, het Nationaal Scheepvaartmuseum en het Volkskundemuseum) waarvan de gebouwen verouderd waren.
Een goed voorbeeld van een nieuwe manier van collecties presenteren is het Kijkdepot. Hier zijn alle stukken opgeslagen die niet in de reguliere tentoonstellingsruimten passen. Maar je kunt er als bezoeker toch bij. Met rijen en rijen curiosa en kunst. Een bepaalde oprichter van die ene site Gevondenopmarktplaats zal vrij goed gaan op dit onderdeel van het MAS.
De magazine vergelijking geldt trouwens ook voor de teksten die je in het museum tegenkomt. Hier geen pretentieuze abstrace crap maar goed behapbare taal waarin als het even kan de verschillen en overeenkomsten tussen vroeger en nu worden geduid.
Ok, soms slaan ze de plank mis: “het MAS is een totaalbelevenis.” Experience Schmexperience, ze hoeven dit helemaal niet te zeggen, ze maken het gewoon waar.
… wordt afgewisseld met crazy oude spulletjes uit exotische culturen
(Als je er dan toch bent, ga dan even langs bij Avenue, een mooi Patta’ish shoppie of Graanmarkt 13, een winkel slash restaurant en gallery. Ok doei.)
Nieuw op MonoBrow. The Drool Factor. Een rubriek waarin je leest welke films je gegarandeerd laten kwijlen van genot / ergenis / angst / humoriteit / awesmoeness. Of op een andere manier een fysieke reactie bij je oproepen. Uiteraard opgetekend vanuit een Amsterdams filmhuis door je favoriete blogger met dezelfde initialen als Jac Goderie. Nou ja, bijna dan.
Gisteren zag ik The Troll Hunter, een Noorse Blair Witch-alike zonder symbolische takjes en klamme slaapzakken. Voordat je nu afhaakt omdat je een schurfthekel hebt aan de fake Burgerjournalistiek Bibber Cam tm (Cloverfield!): alleen als de trollenpoep de ventilator raakt, gaat de cameraman los. Gelukkig is hij ook in staat om de meest prachtige beelden (van Noorwegen) vast te leggen.
Hoofdpersonages die met Power Puff Girl ogen veel te dicht in de camera kijken zitten godzijdank ook niet in deze film. Je gaat wel kennismaken met de meest stoere mannelijke einzelgänger sinds Christopher Lambert in Highlander met een gepijnigde blik over ravijnen uitkeek. Acteur Otto Jespersen is de jager van de filmtitel en heeft een meesterlijke rol die hij vol overtuiging brengt. Wat een man.
De trollen zelf mogen er ook zijn. Ze lijken nog het meest op haarballen, opgehoest door de God van de Wookies. Overigens had ik me, als ik marketeer bij Gilette was en me wilde richten op filmfans, gelijk gemeld bij de makers van Troll Hunter. De harige lijven van die troll tjappies bieden genoeg promotionele mogelijkheden.
Proper fun. Dit.
Deze posting is mede mogelijk gemaakt door mijn Cineville-pas.
De laatste roman van Jennifer Egan klopt aan alle kanten. Toch eh, klopt er iets niet. Tijdens het lezen kreeg ik een permanent gevoel van déja lu vu. Het verhaal over een groep vrienden die eind jaren zeventig, begin tachtig een bandje had, is misschien wel heel menselijk en herkenbaar, maar waarom raakt het me dan niet?
Egan wisselt tussen de eerste en derde persoon en kiest verschillende perspectieven en vormen zoals een krantenartikel en Power Point presentatie om de levens van de hoofdpersonen te beschrijven. Dat klinkt goed, maar voelt in Egan’s geval een beetje gezocht. Zeg maar wat je ervaart als je de nieuwe Jonathan Safran Foer in de boekhandel openslaat en je realiseert dat het een boek met fucking gaten op elke pagina is. Hoe pretentieus wil je het hebben?
Nu vind ik bijzondere vertelvormen een prima literair hulpmiddel. (Een moderne klassieker als House Of Leaves anyone?) In A Visit From The Goon Squad raakt het me zoals gezegd alleen nauwelijks.
Misschien komt het door haar tijd op Cambridge, waar ze twee jaar Engelse literatuur studeerde en vooral boeken over het schrijfproces las, in plaats van echte romans:
“… I read way too much theory and way too little literature. I read about reading instead of reading. It was ridiculous! I would read about books I hadn’t read and feel no compulsion to read the books. … some of that has stayed with me— the excitement about the meta.” (Interview op The Days Of Yore)
Terwijl Bart de Graaf altijd bij me mag aanbellen voor een roman die verwijst naar de jaren tachtig, de muziekbusiness, pr, en eh, dictators, met als thema de onmacht van mensen om hun levens te regisseren. Want dat krijg je voor je kiezen in dit boek.
Hey maar de jury van de Pulitzer Prize For Fiction can’t be wrong. Dus snel door naar de bullets hieronder.
Waarom? Daarom:
+ De afwisselende vertelvorm.
+ Thema: het leven is leuk en aardig, maar je doet er niets aan.
+ Setting: muziekindustrie, bandjes, drugs, groupies, had ik al iets gezegd over dictators?
- Iets te geconstrueerd.
- Het raakte je favoriete buurtblogger niet midden op zijn monobrow.
Conclusie
HAMBURGER ZEGT: Leuk zo’n drie sterren creatie, maar na afloop ga ik snel nog even langs de Febo.
Tim Arts ken je van Nazomergasten, de site waarop iedereen die iets interessants doet met zijn leven (rapper, muzikant, stylist, hoofdredacteur) online filmpjes met je deelt en toelicht. Ik heb ook een plekje op Nazomergasten maar dat was een vergissing. Gelukkig is Tim geen html wizard en kun je me nog steeds vinden op die site.
Ok. Tim dus. Of eigenlijk zijn moeder. Die is namelijk wel professioneel en in staat om een dienst te leveren als die is toegezegd. Dit, in tegenstelling tot Tim. Die riep al maanden dat hij een tof logo voor me had. Niet dus. Hij laat er gewoon zijn arme moeke voor opdraaien.
Mag ik je je weekend blessen met deze goddelijke Munk remix van B.C. x Delivery’s Return To Me? Het nummer is geproduceerd door Marc Kinchen, een producer die een stempel op het house geluid van de jaren negentig zette waar pakketmedewerkers van TNT Post jaloers op zijn.
Return To Me maakt deel uit van de EP A Club Called Rhonda, wat weer een samenwerking is tussen het (uit een soort LA-versie van de M.U.L.T.I.S.E.X.I.-avonden voortgekomen) label Rhonda, en Scion A/V.
Als je tijdens het luisteren naar dit liedje niet spontaan een schatje voor life tegenkomt wordt het tijd van tandpastamerk te switchen. Veel plezier.
(photos: Nick Carr and Anthony Cali)
When filmmaker Kurt P. Vincent first stepped into the Chinatown arcade in New York he immediately realized it was a special place. When he heard about the imminent closure of the fair after fifty years of operation, he decided to make a documentary and capture the essence of a declining part of videogame culture. Awesmoe.
The reasons for a diminishing arcade culture are obvious. So how come Chinatown kept on going for so long?
“I believe the simple answer to that is because of its geographical location. Lower Manhattan’s Chinatown had stable rent for longer than other areas in NYC and it is also easily accessible via train to just about everyone in the region. It was also very tolerant of all types.”
Did the dinginess of the place attract dubious types looking for trouble?
“I don’t think so. I mean, back in the 1980’s the area was very dangerous and was a hangout for chinatown gangs. So it has had its moments involving trouble.”
Could you describe the most colorful regular?
“I’d have to say that it was the guy who broke the joysticks. The former manager of the arcade was Henry Cen and noticed that some of the joysticks were breaking. He’d fix them and then they’d break again. But they weren’t breaking the way a joystick should. It looked like someone was yanking them, deliberately pulling them to the point that they broke.”
That’s weird
“Henry was determined to find out who was doing this and sure enough he spotted the culprit one night. He told the guy he knew what he had been up to and to stop messing with the joysticks. The problem was, the guy kept returning, sometimes when Henry wasn’t around, and continued to break the joysticks.”
How did it end?
“Henry knew that the NYPD had much bigger things to deal with and that he alone couldn’t stop this guy from coming in the arcade. Henry decided the only way he could prevent this guy from ever breaking the joysticks again was to befriend him, which he did and they are still friends today.”
Why did you keep coming back?
“I only discovered the arcade a few months ago. I never had the chance to be a part of the community. But making this film has given me an opportunity to be a part of it and I am very lucky for this chance.”
Part of the Chinatown Fair community consisted of 2d beat em up players. Mike Ross told me he thought the fighting game community is different from other game scenes. Do you agree?
“Absolutely. It is so competitive and full of ego. People get heated. It has unwritten rules and if you break them your reputation will suffer.”
How’s the documentary coming along?
“Very well. Irene, my producer and I are allowing the film to grow organically. Incorporating new things as we go along. For instance, some people that found out about the movie were at a bar and met someone they told about the movie. That guy ends up having a friend that filmed at the arcade in the 1950′s with his super-8 camera. Crazy connections are happening. As more people find out about the movie the more interesting things I learn.”
What do you want to achieve by making this film?
“I want it to be an honest portrait of the arcade and the people that hung out there. To do them justice. Beyond that I want the movie to be funny and beautifully constructed. My ultimate goal is to have this movie shown during midnight screenings. You know, the type of movie that people will want to get stoned and watch.”
Whenever I play the latest Mortal Kombat, my wife wants to finish me instead. Do you think your film can make her see the beauty of a culture that plays these games?
“Oh yeah, for sure. I have had people that have zero interest in video games tell me that by the end of the trailer they wanted to see more, to learn more about the arcade and the people.”
Until yours comes out: what are the best documentaries about videogames?
“I don’t really know very many documentary’s about video games, so I will include fictional films as well: Tron, Tron Legacy, King of Kong, Reformat the Planet is a documentary about chiptunes, Terminator 2: this movie to me feels like a video game at times and the scene in the mall arcade where T-1000 first battles the terminator is unforgettable.”
Impressed? Support Kurt and donate a little something over at crowdsource website Kickstarter:
Arcade: The Last Night At Chinatown Fair – Kickstarter
























Het is zeventien jaar geleden dat MonoBrow en Djeek samen op de fiets naar Assen tuften, om in dat troosteloze stadje Sex Packets te scoren. Als je denkt dat daarmee condooms ofzo bedoeld worden dan ben je te jong om.
Ik at vroeger drie bakken yoghurt met Kellog's Smacks per dag. Wist je dat je pies hier naar gaat stinken, net zoals met asperges? Vies jongen, not to do. Ook vies zijn deze verpakkingen van Amerikaanse cereals. Pop art ftw.
Het gebeurt niet vaak dat mensen nee zeggen tegen een stukje gezelligheid op MonoBrow. Van Busy P tot Geoff McFetridge en Aux Raus: mensen snappen het. Totdat je dus de persdude van het Amsterdam Dance Event vraagt...
©