fotografie: Timo Sorber

Van de Seymour Likely Lounge tot Harkema: MonoBrow koestert fijne herinneringen aan de ruimtes die Ronald Hooft samen met Herman Prast heeft ontworpen en ingericht. Het lijkt erop dat het laatste werk van dit duo opnieuw voor mooie verhalen gaat zorgen. Het is namelijk vrij goed feunen in de verbouwde Ysbreeker.

MonoBrow kwam in ’94 naar Amsterdam. Goede tijden, vooral in Seymour Likely, een club door jullie ingericht. Vind je het niet jammer dat de houdbaarheidsdatum van dat soort plekken beperkt is?
Seymour Likely Lounge en Seymour Likely Too waren niet echt inrichtingsprojecten, maar meer installaties en sociale sculpturen, altijd al bedoeld om kortstondig te bestaan.”

Aha.
“Het antwoord in dat geval is dus nee. Een club hoort in een bepaalde tijd bij een bepaalde groep mensen. Zo tussen je 18e en 25e heeft iedereen wel de club die bepalend is voor de rest van je leven. Voor mij was dat Mazzo in Amsterdam en iets later, halverwege de jaren 80, Area in New York.”

Clubs en andere horecagelegenheden worden gebruikt door mensen die over het algemeen nogal wat alcohol in zich hebben. Ooit iets ontworpen waarvan achteraf bleek dat het niet te doen is voor aangeschoten types?
“Wij hebben recentelijk Club-up ontworpen, de uitbreiding van de Kring. Wij dachten dat het een sociëteit was voor bedaarde intellectuelen.”

Haha.
“Door het krankzinnige succes ervan was het al na een paar weekenden volledig uitgewoond. Binnenkort beginnen we aan fase 2, de sociëteit aan het Kleine Gartman Plantsoen en zullen we wat herstelwerkzaamheden uitvoeren.”

De Ysbreeker is on-Nederlands qua sfeer en schaal. Net als jullie werk voor Brasserie Harkema. Kost het veel moeite om klanten van dit soort projecten te overtuigen?
“Nee, het begint met de ambitie van de ondernemer, wij faciliteren die ambitie en zijn in staat die te kanaliseren en van een aangename vorm te voorzien.”

Wat was de grootste uitdaging bij de Ysbreeker?
“Heb je een paar uur? Het met behoud van het bestaande karakter creëeren van een onderneming waarvan iedereen in gedachte had dat die allang bestond. In feite was de Ysbreeker een heel groot terras met een piepklein cafeetje erbij. Nu is het een brasserie, een grand cafe met een nog veel groter terras.”

Waarom heb je gekozen voor al die verschillende sferen en ruimtes?
“Omdat die recht doen aan de oorspronkelijke bouwkundige structuur van het pand en de historische uitbreidingen; en omdat het gezellig is….”

Bemoei je je ook met het menu en de aankleding van het personeel? God is in the details enzo.
“De details waar jij op doelt – een citaat van Mies van der Rohe – hebben betrekking op bouwkundige zaken. Wij vragen vanzelfsprekend wel wat er op het menu komt. Een hippe Chinees ziet er anders uit dan een laagdrempelige brasserie.”

Denk je dat Johannes van Dam het gaat snappen?
“Ja? Waarom niet, zoveel valt er niet te snappen, het gaat hier om een ouderwetse herberg.”

Jij hebt een gevestigde naam. Wat valt je op aan jong talent hier in Amsterdam? Tips voor jonkies?
“Tja wat is jong; Herzberger is volgens mij over de 80 en nog steeds alive and kicking. Ikzelf ben nog niet eens vijftig, doe alles nog zonder bril. Kom maar op zou ik zeggen!”