Archive for the ‘play’ Category
Het verbaast me dat illustrator Oliver Frey eigenlijk totaal geen fantasie heeft. Ik heb eens goed gebladerd door The Fantasy Art of Oliver Frey met werk uit de periode ‘82 tot ‘93. Zijn monsters, aliens en bijvoorbeeld ruimteschepen zijn niet bepaald geïnspireerd, laat staan origineel.
Roger Kean, de schrijver van dit overzicht denkt hier anders over en stopt de ene na de andere joystick in de kont van meneer Frey. Dat komt misschien omdat hij, samen met Oliver Frey (en zijn broer) het Britse videogame mag Crash heeft opgericht. Wat natuurlijk hartstikke gaaf is. Verwacht van de auteur alleen geen kritische blik op de illustraties van Frey.
Ach, daarvoor heb ik dit boek niet gekocht. De full color platen, dat is waar het gebeurt. Wat Oliver tekent en schildert mag dan niet zo oorspronkelijk zijn, ik ben er wel mee opgegroeid. Zijn generieke geweldenaren en inwisselbare bolides zijn precies dat: de ultieme verbeelding van wat je als ventje zo mooi vindt aan wapens, geweld, science fiction en voertuigen.
Journaliste Liedewij Loorbach (o.a.Parool) schreef Boven In De Stad, een boekwerkje vol balkontuintips. Waarmee je zelfs van de meest gare Best bier-opslag een hortus awesomus maakt.
Voor MonoBrow TV bracht ze een bliksembezoek aan het balkon van je favoriete blogger. En gaf ze een waardevolle tip. Kans maken op een exemplaar van Boven In De Stad? Ik heb er twee liggen voor je. Het ontwerp is trouwens van David Pino en de fotografie van Jan-Dirk van der Burg.
Mail me een korte anecdote waarin een wietplantje, The Doors en je oudere broer voorkomen en ik doe mijn best voor je!

Waar jonge mannen rond het begin van onze jaartelling hun moed konden bewijzen door de voorhuid van een levende buffel af te snijden en vervolgens aan te bieden aan het mooiste meisje van de grot, had ik het als gamend pubergastje makkelijker. Op het eerste gezicht dan.
De arcade hal anno 1992. Een mythische plek waar reputaties gemaakt en gekraakt werden. Hoe donkerder en groezeliger de locatie, hoe beter. Het was een spot waar de mogelijkheden en kracht van videogames getoond werden in al hun overdonderende, lawaaierige maar vooral betoverende intensiteit. Een ervaring die je nergens anders vond.
Het (grafische) kwaliteitsverschil tussen games op je home console en die van arcade-machines was eind jaren tachtig, begin negentig namelijk gigantisch. Wat thuis ook niet zo snel gebeurde: nieuwe titels werden kapotgespeeld door locals, maar konden ook rekenen op een grote groep omstanders die niets anders deed dan toekijken.
NBA Jam was zo’n crowd puller. Ik word helemaal para brodder als ik er weer aan terugdenk. Dat spel was zoveel meer dan een videogame waarin basketbalspelers uit de NBA de hoofdrol hebben.
Het feit dat je met Bill & Hillary Clinton kon spelen, de levels uit Mortal Kombat die als achtergrond dienden om tegen te basketballen, het artwork, de slicke presentatie inclusief commentaar van de sportverslaggever (what a brick!), Shaquille O’neall die eiste dat er een arcade machine meereisde tijdens uitwedstrijden van zijn Orlando Magic… Oh en natuurlijk de dunks. Compleet over de top (dat werd pijnlijk duidelijk tijdens het naspelen van de moves op het plaatselijke b-ball veldje). Bliss & pure zeitgeist.
Electronic Arts heeft besloten om deze franchise nieuw leven in te alley oopen en komt met NBA JAM 2010.
Natuurlijk kan een nieuwe editie niet tippen aan het origineel. Andere tijden enzo. Het is lastig om dat epische arcade hal-gevoel op te roepen in je comfortabele huiskamer, met je beste, buikje ontwikkelende vrienden die al snackend van een familiepak Nibb its zeuren over de mood swings van hun zwangere vriendinnen.
Maar genoeg hierover. Dit is nu. Dit is ook gaaf.

Volgens Boris Postma gebeurt het niet vaak bij manga’s dat zowel de strip zelf als de verfilming van hoge kwaliteit zijn. Helemaal niet als de film in het Westen gemaakt is. Gelukkig zijn er altijd uitzonderingen.
Crying Freeman is gebaseerd op de gelijknamige manga (Japanse titel:Kuraingu Furiiman), van de hand van Kazuo Koike (Lone Wolf & Cub weet je nog?) en Ryoichi Ikegami. De verfilming is geregisseerd door Christophe ‘domme’ Gans, bekend van (het crappy) Silent Hill, wat weer een op een videogame gebaseerde film is.
Crying Freeman gaat over Yo, hitman van de Chinese triad Sons of the Dragons. Hij dankt zijn bijnaam aan het feit dat hij na elke moord die hij begaat zijn tranen de vrije loop laat. (monobrow: no ninja)
Het is na de hit op drie hoge Yakuza dat er een oorlog tussen de Dragons en de Yakuza familie losbarst. Als Yo dan ook nog eens verliefd wordt op beroepslekkertje ‘O Hara is het einde zoek en wil iedereen hem dood, inclusief zijn eigen crew. To zover dit sterke staaltje Japanse Normen & Waarden In De Praktijk.

Het verhaal heeft misschien niet veel om het lijf, maar het is de sfeer in de film die het zo’n meeslepend geheel maakt. Door middel van mooie locaties, goede belichting en een prachtige soundtrack van Patrick O’Hearn weet de film tot het eind te boeien.
De styling is heel jaren negentig en heeft soms zelfs iets weg van sbs6 softporno: super gelikt (sorry) en gestileerd. Niet alleen de Yakuza en locaties zien er goed uit, ook de actie wordt prachtig weergegeven. Vooral de laatste twee scènes zijn om te smullen.
Wat Crying Freeman mij heeft meegegeven is de volgende quote: live honoraby, or die miserably. Ja, dat maakte absoluut indruk op een tienjarige.

De toevoeging limited edition aan het woord sneaker heeft net zoveel betekenis als een exclusieve frikadel. Het is een bedenksel van marketeers, bedoelt om de hebberigheid bij sneaker heads te stimuleren en zegt zelden iets over de uniekheid of het werkelijke aantal.
In het geval van de 444 heb je daarentegen wel een zeldzame topper te pakken.
De prijs voor deze sneaker? 23.444 euro. Maar dan krijg je er wel een Volkswagen Polo 444 bij. En dat is niet zomaar een bakkie, want het interieur van deze auto is gebaseerd op de look van de gymp.
Die is toevallig echt heel goed. Sterker nog, ik heb nog nooit een colab van een niet-sportmerk gezien die zoiets draagbaars als deze Four Fortyfour heeft opgeleverd. Hulde.
Verantwoordelijk voor het ontwerp is Hing Yeung’s HongKong Stunt Team. Dat is geen douchebagje, de man ontwierp al skateschoenen voor bijvoorbeeld Vision en Airwalk toen jij alleen nog maar slides in je luier maakte. Je scoort de schoen met gratis auto bij Freshcotton.
Vandaag om 16.00 is de lancering, in het Jefferson Hotel. Zie je daar!
Deze collectie staat bij mij in de kast. Naast een luxe editie van de draagbare Nietzsche natuurlijk.
De hype-potentie van speelgoed is vooral afhankelijk van twee dingen: de simpelheid van het concept en het verslavende gehalte ervan. Wat een fabrikant nooit zal toegeven, maar waar ze natuurlijk wel op mikken, is het ontwikkelen van een maatschappij ontwrichtende toy, die niet alleen de ouders en leraren maar ook de kinderen zèlf gek maakt.
Toch vraag ik me af of het Japanse Bandai besefte wat voor wereld dominerende hype ze op het punt stonden te lanceren toen in 1996 de eerste Tamagotchi’s van de lopende band rolden. (In 2008 waren er in totaal 70 miljoen(!) van die crazy krengen verkocht.)
Simpel waren de eerste generatie Tama’s zeker. Trek het lipje uit het apparaat zodat de batterij geactiveerd wordt en plop: er verschijnt een onooglijk en gepixeld eitje op je scherm waar een nog knulliger blobje uitkomt. Dat is het begin van het einde.
Iedereen die wel eens een Tamagotchi verzorgd heeft weet hoe absurd schattig en karaktervol de figuurtjes zijn. Het wonderlijke is dat een fictief wezentje dat uit niet meer dan een paar pixels bestaat, zoveel emotie en verantwoordelijkheidsgevoel bij de eigenaar oproept.
Dat maakt de Tamagotchi ook interessant: het is meer dan een speeltje. Het laat zien dat ons empatisch vermogen niet alleen van toepassing is op levende wezens. Wat slim geprogrammeerde nullen en eentjes lukt het ook ons zorginstict te triggeren. Als ik een filosoof was kon ik je nu vast iets dieps vertellen waarmee dit simpele speelgoedje in een bredere maatschappelijke context geplaatst wordt. Maar dat ben ik niet. Hiervoor in de plaats: prrrøt.
Dit is mijn Hoera-Hong Kong-Hoort-Weer-Bij-China-editie uit 1997. Politieke propaganda en kinderspeelgoed: prachtige combinatie.

Fotograaf slash stijlsjakie Boris Postma werkte in een duister verleden in een comicshop. Het enige wat Boris hierover kwijt wil is dat de winkel inmiddels niet meer bestaat. Maar de herinneringen aan goede strips, die verdwijnen niet zomaar. She’s all yours B.:
Lone Wolf and Cub (Japanse titel Kozure Ōkami) is een manga van de hand van Kazuo Koike. Het verhaal gaat over Ogami Itto, beul voor de lokale Shogun, en zijn zoontje Daigorō. Moeder de vrouw is om het leven gebracht in een complot waar ik verder niet over uit zal weiden, maar het bevat alles wat een goed complot nodig heeft. Gevolg is dat Ogammi en zijn zoontje als Ronin door het land trekken, om hun naam te zuiveren.
Wat de serie bijzonder maakt is het immense oog voor detail. Zowel in de illustraties als in het verhaal. Over alles is nagedacht en elk streepje is er één met functie. Daarnaast klopt het geheel op geschiedkundig gebied helemaal en is de kennis over de leer van de Samurai uitmuntend (wat behoorlijk knap is om 8000 pagina’s vol te houden). Ook de films kan ik jullie aanraden, real life verfilmingen geproduceerd door de grote man achter de Zaitochi films, Shintaro Katsu.
Wat is er minder aan deze serie?
Niet zo tof is dat het soms ietwat langdradig is en dat herhaling op de loer ligt. Het is ook moeilijk om zo’n lange serie fris en afwisselend te houden. Het is dan ook aan te raden het niet in één ruk uit te lezen, maar er rustig de tijd voor te nemen en niet te haasten.
Wat moet je doen als je de 27(!) paperbacks uit hebt?
Gefeliciteerd. Je hebt 8000 pagina’s doorgewerkt, 277 euro in een van de mooiste manga series ooit gestopt en een shitload aan kennis over de Samurai en zijn tradities opgedaan. Geef de verzameling een mooie, in het oog springende plek en wees trots.
Je koopt de Dark Horse pockets (prachtig vormgegeven trouwens) bij Henk.
Nee, het gaat heus wel goed met Nike SB. Ze zijn echt niet zo wanhopig dat ze lege wc-rollen inzetten als promotiemateriaal. Je kijkt naar de cover van het dikste boek over de Europese skatescene ooit. Tenminste, we hebben het over 117 internationale SB-skaters, gezien door de ogen van de zieke geesten achter het Nederlandse mag FLUFF.
Aangezien het gaat om een generatie of acht na mijn gouden jaren, ga ik nu niet pretenderen dat ik weet wie of wat. Dat vraag ik gewoon aan Marco Jongeneel, creatief bij Vijf890 en uitgever van FLUFF.
Is dit boek ook leuk voor mensen die niet van skateboarden houden?
“Niet-skaters vinden het altijd zo leuk als skaters doen zoals Jackass. Of als ze zo hard vallen. Pech! In dit boek weinig Jackass, weinig vallen, wel fijne vrouwen en dito grappen.”
En voor iedereen die het te dik vindt: loopt het goed af?
“Ik vind het goed aflopen, wél echt met een sisser.”
Wat was de grootste opgave tijdens de productie?
“Een selectie maken uit 4000 foto’s waar vervolgens een kloppend boekwerk van gemaakt moest worden.”
Had SB een grote vinger in de yoghurt met Honey loops?
“SB kwam, zag en overwon met een Honey loop op elke vinger…”
Voor mensen die echt niet weten wat FLUFF is, doe je best:
“FLUFF is een kijkje in ’s werelds meest interessante en trendsettende subcultuur, die van de skateboarders. En we zijn ook heel bescheiden.”
Wat gebeurt er als ik poolboer zeg?
“Dan zeggen wij: proost!”
Wil je een exemplaar van het FLUFF x NIKE SB boek? Ik geef er een stuk of wat weg. Maar alleen aan mensen die door skaten veroorzaakte littekens hebben.

Mode. Geef je toe aan die peer pressure en ga je voor een nieuwe variant op je oude vertrouwde G-Shock? Of laat je zien dat stijl niet iets is wat in de jaren negentig door een Cross Colours dragende Timberland stampende head is uitgevonden en trek je die Jacques Cousteau Omega om je pols? Bij twijfel: kijk gewoon wie er als winnaar uit deze Watch Wrestlers komt en maak je keuze.
/doet Michael Buffer stem opzetten
Het belooft een intense strijd te worden tussen twee extreme tegenpolen. In de rechterhoek staat een intimiderende uitdager; de Casio GA100 is het talent, afkomstig uit een Aziatische dojo waar ze sinds de jaren tachtig bewijzen dat brute kracht en precisie een dodelijke combinatie zijn.
Hij neemt het op tegen de Omega PloProf 2009, zoon van de legendarische PloProf, getraind door avonturier en stijlicoon Jacques Cousteau en oh wat gebeurt hier! Casio wacht niet op het signaal van de scheidsrechter en hoekt gelijk met z’n onverwoestbare buitenkant de manager van PloProf 2009 neer! Wat een spektakel En wat een vuile streek dames en heren.
Ronde 1
PloProf 2009 is woest. Inmiddels is iedereen uit de ring gestapt en, ja hoor: PloProf gebruikt zijn polsband die zelfs tegen haaientanden bestand schijnt te zijn om GA100 een piledriver cadeau te doen. Dat wordt koppijn vanavond voor PloProf!
Ronde 2
De eerste ronde was duidelijk voor PloProf 2009. Het is de vraag hoe GA100 reageert: gelijk vanaf het begin z’n intimiderende uiterlijk gebruiken of meer defensief vechten en z’n legendarische incasseringsvermogen het werk laten doen. Oooh! Wat een beuk! GA100 gaat neer via de touwen door een razendsnelle suplex van PloProf 2009. Einde verhaal voor de Japanner deze ronde.
Ronde 3
De twee minuten rust lijken GA100 goed te hebben gedaan. Vanaf het geluid van de bel ramt hij in op de arrogante PloProf 2009, die lijkt het drukker te hebben met het showen van zijn features aan de rondemissen en wordt nu genadeloos afgestraft. Mein got! Het verschil in techniek wordt wel duidelijk zeg. GA100 heeft zijn tegenstander klem. Einde ronde drie. Einde wedstrijd.
————————————————————-
Tsja, dat betekent dat de altijd verzorgde Omega PloProf 2009 deze clash van de klokken gewonnen heeft. Flauw hoor, dat Casio G100 het niet sportief opneemt. Hij knippert een paar keer met z’n backlight en verdwijnt van het strijdtoneel. Wat een avond!
WINNAAR: Omega PloProf 2009
VERLIEZER: GA-100-1A1DR
Authenticiteit. Keyword van 2010. Merken verzinnen het, jij zoekt het en KOSS HEEFT HET GEWOON. Fuck al die gebakken luchtverkopers met hun fake heritage verhaal. Dit is het echte echte. Echt.
Koss is een familiebedrijf dat al sinds 1953 koptelefoons maakt. Wat zeg ik, de Koss PortaPro die ik gekocht heb is meer dan een headset, het is een prop uit Blade Runner of Mad Max waar volgens mij al meer dan dertig jaar niets aan veranderd is.
Dat is natuurlijk allemaal buitenkant en betekent niets als het geluid suxorz. Newsflash: deze boys klinken als een scheetje van Serena van der Woodsen nadat ze een verse fruitshake op heeft. Laag, hoog; alles klinkt superlekker. De allergrootste grap: het kost je 30 euro inclusief verzendkosten (eBay is je vriend)!
Bijkomend voordeel: als je op een sf & fantasy beurs bent moet je waarschijnlijk handtekeningen uitdelen. Gchhi, chhaa cchhoo chiii /doet Transformers-geluidje.





©