Archive for the ‘.alt’ Category
Makers van MonoLogo’s zijn bijzondere types. Want onder andere gek op kapseltjes, knutselwerk en schoolschrift. Dat vermoed ik tenminste, hoe verklaar je anders deze nieuwe inzending? De grafische awesmoeness is handgemaakt van een in stukken geknipte pruik door art director Dagmar Hoogland.
Ik heb ooit met haar gewerkt voor Sid Lee en was toen erg gecharmeerd van haar focus en onder de indruk van het feit dat ze is afgestudeerd aan Central Saint Martins. Nu blijkt ze dus ook into monobrows te zijn. Dank dus, voor dit heerlijk staaltje ambachtelijkheid.
Een installatie die vernoemd lijkt naar een karakter uit een Steven Spielberg film moet wel iets moois opleveren. Melvin & The Machine is een Rube Goldberg machine, ontworpen door studio HEYHEYHEY uit <insert VVV foldertekst here> Eindhoven. In het MU kwam Melvin tot leven, helaas niet in het bijzijn van Habe Zijlstra, die had een afspraak met de voorzitter van de Tom Clancy-fanclub om te praten over het gevaar van de communistische samenzwering in Nederland.
Voordat je Melvin in actie ziet eerst nog even een wezenlijke vraag aan HEYHEYHEY medeoprichter Erik Sjouerman:
Stel, ik zit boven in mijn kamer te bloggen maar wil een pilsbiertje dat beneden in de koelkast staat. Is HeyHeyHey dan in staat om een machine te maken die mij zo’n heerlijke verfrisser serveert zonder dat ik hiervoor mijn plek moet verlaten?
“In één woord: ja.”
Mooi.
“In meerdere woorden: het moeilijkste deel van de machine die we zouden bouwen is -geloof het of niet- niet het deel van jouw commando naar het pilsbiertje, of zelfs het pilsbiertje naar boven zien te krijgen, maar de daad van het pilsbiertje uit de koelkast halen, de deur weer netjes sluiten (wel zo verstandig anno 2011) en het pilsbiertje openen.”
Dat klinkt als een opgaaf
“Wat betreft het uit de koelkast halen: enerzijds lijkt ons een magneetje aan de kroonkurk (bier drinkt men best uit een flesje) logisch. Dit magneetje zou aan een touwtje kunnen zitten dat d.m.v. een contragewicht terug wordt getrokken en zo de pint uit de koelkast sleurt. Over wat daarna te doen lopen de meningen in de studio uiteen: de een zegt sabreren die hap, of een tafelmodel guillotine en de ander kiest liever voor de subtiele aanpak van een robotarm.”
Ik heb het je niet gemakkelijk gemaakt
“Hoe het ook zij, veel hangt af van de beschikbare ruimte, het budget en de bereidheid permanente schade toe te brengen aan keuken/stucwerk/parket.”
Die Sasa Ostoja toch. Mij een beetje een prachig MonoLogo opsturen uit het niets. (Even deze pagina tig keer verversen, dan komt ie vanzelf voorbij.) Het is dat ik een blog heb waarop ik talent zoals Sasa graag een podium geef, want anders wist ik niet wat ik er mee moest. Anyhoo, je bent allang afgehaakt en druk aan het scrollen door de illustraties van Sasa. Als je daar klaar mee bent gewoon even de rest van deze posting lezen ok?
Ben jij te betrappen op de heide met een paar afgesleten Teva’s aan je voeten, knabbelend aan een versgeplukte kastanje en ondertussen grafische odes aan de zon tekenend? Of ben je gewoon een stadsmens dat toevallig de natuur mist?
“Ik ben inderdaad een stadsmens dat de natuur mist.”
Wat wil je met je werk bereiken?
“Het is een ode aan dieren. Eigenlijk heb ik dieren hoger zitten dan de mens. Die maken er vaker een boeltje van dan de diertjes. Daarbij moet ik vaak om de dieren lachen. Bijvoorbeeld als mijn kat Binky koelkasten en deuren openmaakt of liedjes voor me zingt als er gegeten moet worden. Met mijn tekeningen wil ik een eigen wereld vormgeven met dieren en natuur waar ik zelf in rond zou willen lopen.”
Welke illustratie vat Sasa Ostoja het best samen?
Verzamelaars die er graag vroeg bij zijn: binnenkort komt er een Ben G team board uit met een print van Sasa die bestaat uit een mythisch dierenbos.
Ik begrijp het wanneer je in de COS bent en bij het afrekenen van je kleding nee zegt tegen een gratis exemplaar van COS magazine. Wat moet je met een veredeld reclamefoldertje van een Scandinavische modeketen? B.O.N.J.O.U.R.K.E. Lezen natuurlijk. Dat magazine wordt geproduceerd door Gert Jonkers en Jop van Bennekom (Fantastic Man)! Djeez.
Behalve interviews met Lykke ‘so so lekker’ Li en David Pearson die verantwoordelijk is voor een serie wonderschone Penguin paperback covers, vind je in COS magazine ook een Q&A met Tizer Baily, de personal assistent van Vivienne Westwood en Emma ‘Mind the gap’ Clarke, stemactrice die je waarschuwt in de Londonse metro. Oh en er staat ook een stuk over een paardentherapeut in.
Dat bedoel ik.
EDIT: ik hoor net dat het ontwerp van deze issue is gedaan door Alex Shoukas, die samen met Laurenz Brunner verantwoordelijk is voor de vormgeving van de Arnhem Mode Biennale die vandaag is begonnen.
“I believe that all good music is very simple. You have something to say because you have to say it: lyrics out of necessity and then a fucking good beat.” Lykke Li.
“If somebody is very chilly, they may have a very thin tone to their voice and might be a bit strident. You can tell the level of empathy that someone has by their voice. A lot of unspoken qualities of the person leak into the voice.” Emma Clarke.
“As a graphic designer, I think a book cover is an amazing thing to work on. In most other jobs you have to be black and white, but on book covers you can capitalise on ambiguity. You can play on intrigue and moods. You can titillate. I love all that!” Dave Pearson.
Modefotografie waarin de kleding een ondergeschikte rol speelt is verschrikkelijk, als ik kunst in een boekje wil ga ik wel naar het nieuwscentrum van Atheneum Boekhandel. Maar de manier waarop Maurice Scheltens en Liesbeth Abbenes COS kleding presenteren heeft hetzelfde effect als meer traditionele modefotografie: ik krijg zin om dat spul te scoren. Prachtig.
Museum.
Zo. De busladingen bezoekers die MonoBrow binnenkomen via Google zoekwoorden als “Natascha (SYTYCD)” en “douchebag betekenis” zijn we kwijt.
Vrijdag was ik in Antwerpen op uitnodiging van het net geopende Museum aan de Stroom (MAS), een tien verdiepingen tellende interpretatie van modern museumbeleid. Van het gebouw tot de presentatie van de collecties en website: er is goed nagedacht over de manier waarop je een museum in 2011 aan de aandachtspanne van een Tumbler-feed hebbende man brengt.
Dat begint bij het gebouw en wat je ook van vindt van dit ontwerp van Neutelings Riedijk, indrukwekkend is het. Je kent dit architectenduo van het Beeld en Geluid Insituut. Ook al zo’n pand dat de meningen verdeelt.
Maar met een gebouw alleen kun je als museumdirecteur niet achterover op je Eams stoel leunen, je sigaar-as tippend in een Jeff Koons asbak, terwijl je je ironische Rien Poortvliet stropdas nog eens rechttrekt en je PA zegt dat ze die ochtend geen telefoontjes moet doorzetten omdat je het te druk hebt met genieten van het handgeweven tapijt met Banksy motief.
De live rondleiding met een MAS-gids op de website is nice, het restaurant op de bovenste etage is ook onmisbaar, maar wat echt goed gedaan is: de presentatie van de collectie. Het MAS lijkt namelijk nauwelijks op een traditioneel museum, het voelt nog het meest alsof je een magazine binnenloopt.
De collecties zijn namelijk onderverdeeld in thema’s (macht, leven & dood), die weer als een soort rubrieken gepresenteerd worden in verschillende vormen, waarbij oude vondsten en moderne kunst elkaar afwisselen. Dus geen zalen vol vroom kijkende Middeleeuwers in olieverf of juist alleen met slecht proza volgeschreven wc-rollen. Periode’s en stijlen vullen elkaar in dezelfde ruimtes aan.
Het voelt wat willekeurig, maar dat geeft eigenlijk niets, het lijkt nog het meest alsof je door je RSS-feed loopt. Die willekeur komt omdat het MAS de collecties bevat van drie musea (het Etnografisch Museum, het Nationaal Scheepvaartmuseum en het Volkskundemuseum) waarvan de gebouwen verouderd waren.
Een goed voorbeeld van een nieuwe manier van collecties presenteren is het Kijkdepot. Hier zijn alle stukken opgeslagen die niet in de reguliere tentoonstellingsruimten passen. Maar je kunt er als bezoeker toch bij. Met rijen en rijen curiosa en kunst. Een bepaalde oprichter van die ene site Gevondenopmarktplaats zal vrij goed gaan op dit onderdeel van het MAS.
De magazine vergelijking geldt trouwens ook voor de teksten die je in het museum tegenkomt. Hier geen pretentieuze abstrace crap maar goed behapbare taal waarin als het even kan de verschillen en overeenkomsten tussen vroeger en nu worden geduid.
Ok, soms slaan ze de plank mis: “het MAS is een totaalbelevenis.” Experience Schmexperience, ze hoeven dit helemaal niet te zeggen, ze maken het gewoon waar.
… wordt afgewisseld met crazy oude spulletjes uit exotische culturen
(Als je er dan toch bent, ga dan even langs bij Avenue, een mooi Patta’ish shoppie of Graanmarkt 13, een winkel slash restaurant en gallery. Ok doei.)
De laatste roman van Jennifer Egan klopt aan alle kanten. Toch eh, klopt er iets niet. Tijdens het lezen kreeg ik een permanent gevoel van déja lu vu. Het verhaal over een groep vrienden die eind jaren zeventig, begin tachtig een bandje had, is misschien wel heel menselijk en herkenbaar, maar waarom raakt het me dan niet?
Egan wisselt tussen de eerste en derde persoon en kiest verschillende perspectieven en vormen zoals een krantenartikel en Power Point presentatie om de levens van de hoofdpersonen te beschrijven. Dat klinkt goed, maar voelt in Egan’s geval een beetje gezocht. Zeg maar wat je ervaart als je de nieuwe Jonathan Safran Foer in de boekhandel openslaat en je realiseert dat het een boek met fucking gaten op elke pagina is. Hoe pretentieus wil je het hebben?
Nu vind ik bijzondere vertelvormen een prima literair hulpmiddel. (Een moderne klassieker als House Of Leaves anyone?) In A Visit From The Goon Squad raakt het me zoals gezegd alleen nauwelijks.
Misschien komt het door haar tijd op Cambridge, waar ze twee jaar Engelse literatuur studeerde en vooral boeken over het schrijfproces las, in plaats van echte romans:
“… I read way too much theory and way too little literature. I read about reading instead of reading. It was ridiculous! I would read about books I hadn’t read and feel no compulsion to read the books. … some of that has stayed with me— the excitement about the meta.” (Interview op The Days Of Yore)
Terwijl Bart de Graaf altijd bij me mag aanbellen voor een roman die verwijst naar de jaren tachtig, de muziekbusiness, pr, en eh, dictators, met als thema de onmacht van mensen om hun levens te regisseren. Want dat krijg je voor je kiezen in dit boek.
Hey maar de jury van de Pulitzer Prize For Fiction can’t be wrong. Dus snel door naar de bullets hieronder.
Waarom? Daarom:
+ De afwisselende vertelvorm.
+ Thema: het leven is leuk en aardig, maar je doet er niets aan.
+ Setting: muziekindustrie, bandjes, drugs, groupies, had ik al iets gezegd over dictators?
- Iets te geconstrueerd.
- Het raakte je favoriete buurtblogger niet midden op zijn monobrow.
Conclusie
HAMBURGER ZEGT: Leuk zo’n drie sterren creatie, maar na afloop ga ik snel nog even langs de Febo.
(photos: Nick Carr and Anthony Cali)
When filmmaker Kurt P. Vincent first stepped into the Chinatown arcade in New York he immediately realized it was a special place. When he heard about the imminent closure of the fair after fifty years of operation, he decided to make a documentary and capture the essence of a declining part of videogame culture. Awesmoe.
The reasons for a diminishing arcade culture are obvious. So how come Chinatown kept on going for so long?
“I believe the simple answer to that is because of its geographical location. Lower Manhattan’s Chinatown had stable rent for longer than other areas in NYC and it is also easily accessible via train to just about everyone in the region. It was also very tolerant of all types.”
Did the dinginess of the place attract dubious types looking for trouble?
“I don’t think so. I mean, back in the 1980’s the area was very dangerous and was a hangout for chinatown gangs. So it has had its moments involving trouble.”
Could you describe the most colorful regular?
“I’d have to say that it was the guy who broke the joysticks. The former manager of the arcade was Henry Cen and noticed that some of the joysticks were breaking. He’d fix them and then they’d break again. But they weren’t breaking the way a joystick should. It looked like someone was yanking them, deliberately pulling them to the point that they broke.”
That’s weird
“Henry was determined to find out who was doing this and sure enough he spotted the culprit one night. He told the guy he knew what he had been up to and to stop messing with the joysticks. The problem was, the guy kept returning, sometimes when Henry wasn’t around, and continued to break the joysticks.”
How did it end?
“Henry knew that the NYPD had much bigger things to deal with and that he alone couldn’t stop this guy from coming in the arcade. Henry decided the only way he could prevent this guy from ever breaking the joysticks again was to befriend him, which he did and they are still friends today.”
Why did you keep coming back?
“I only discovered the arcade a few months ago. I never had the chance to be a part of the community. But making this film has given me an opportunity to be a part of it and I am very lucky for this chance.”
Part of the Chinatown Fair community consisted of 2d beat em up players. Mike Ross told me he thought the fighting game community is different from other game scenes. Do you agree?
“Absolutely. It is so competitive and full of ego. People get heated. It has unwritten rules and if you break them your reputation will suffer.”
How’s the documentary coming along?
“Very well. Irene, my producer and I are allowing the film to grow organically. Incorporating new things as we go along. For instance, some people that found out about the movie were at a bar and met someone they told about the movie. That guy ends up having a friend that filmed at the arcade in the 1950′s with his super-8 camera. Crazy connections are happening. As more people find out about the movie the more interesting things I learn.”
What do you want to achieve by making this film?
“I want it to be an honest portrait of the arcade and the people that hung out there. To do them justice. Beyond that I want the movie to be funny and beautifully constructed. My ultimate goal is to have this movie shown during midnight screenings. You know, the type of movie that people will want to get stoned and watch.”
Whenever I play the latest Mortal Kombat, my wife wants to finish me instead. Do you think your film can make her see the beauty of a culture that plays these games?
“Oh yeah, for sure. I have had people that have zero interest in video games tell me that by the end of the trailer they wanted to see more, to learn more about the arcade and the people.”
Until yours comes out: what are the best documentaries about videogames?
“I don’t really know very many documentary’s about video games, so I will include fictional films as well: Tron, Tron Legacy, King of Kong, Reformat the Planet is a documentary about chiptunes, Terminator 2: this movie to me feels like a video game at times and the scene in the mall arcade where T-1000 first battles the terminator is unforgettable.”
Impressed? Support Kurt and donate a little something over at crowdsource website Kickstarter:
Arcade: The Last Night At Chinatown Fair – Kickstarter
Een paar jaar geleden stond ik hier zelf. In Chinatown. Tussen Street Fighter IV en Dance Dance Revolution spelers die dansten alsof Dan Karaty zèlf achter ze stond. Je hoefde geen gamer te zijn om de bijzondere sfeer van die videogame arcade te ervaren. Er was sprake van een vriendelijke rivaliteit, waarbij hipsters en echte nerds met elkaar gamenden in de groezelige ruimte alsof er geen hd consoles in hun slaapkamers stonden.
Dat is allemaal voorbij. China Townfair is na vijftig jaar failliet. Tegenwoordig speelt iedereen tegen of met elkaar vanuit de huiskamer. Wel zo makkelijk. Lang niet zo leuk of sociaal. Het goede nieuws? Er is een documentaire in de maak over de laatste week van Chinatown Fair en ik ga een MiniMail regelen met de maker. Keep you posted. Hieronder alvast een verdrietig fragmentje na de sluiting:
In tegenstelling tot gewone G-star dragers werd creatief Anne Olde Kalter (La Farme) niet gek van die neus naaiende bloesems die tot de regenbui van gisteren Amsterdam terroriseerden, door op de meest onwaarschijnlijke plekken op te duiken zoals je versgestreken blauwe Zeeman onderbroek (had ik al gezegd dat die dingen niet in je uniform mogen ontbreken?).
Anne is gewoon erg into de Lente. Zoveel zelfs dat ze weer een MonoLogo ontwierp:
Très jolie!
EIGHT Magazine is een nieuw kunstproject van Jeroen Smeets en bestaat uit een achttal werken op posterformaat van steeds wisselende ontwerpers, illustratoren en monsters met pus tekenende meesters. Jeroen noemt het zelf een museum in tijdschriftvorm. Dat gaat mij wat ver. Want ik heb in Eight nr. 1 nog geen verveelde suppoost met sqeaky zolen gezien.
Wat voor posters hingen er vroeger in jouw slaapkamer?
“Heel vroeger had ik een poster van Batman, maar ook The Simpsons. En natuurlijk Michael Jackson, volgens mij hing een muur helemaal vol met hem. Ik weet nog dat er in het winkelcentrum bij de middelbare school een kiosk was die van die bladerbakken met posters had. Pamela Anderson in hotpants, dat soort werk.”

(beeld: Yeji Jun.)
Mocht je van je ouders alles ophangen? Vunzige skate advertenties of Noorse deathmetal bandjes?
“Mijn ouders waren altijd heel relaxed, ik heb ze nooit horen klagen. De enige keer dat mijn vader schrok was toen ik hem had gevraagd of ik misschien niet ook wat dingen op de muur mocht tekenen, ik geloof niet dat hij begreep wat ik bedoelde. Binnen de kortste keren was het behang, wat hij met veel zweet en tranen kaarsrecht had opgehangen, helemaal ondergekalkt. Dat was toch even slikken.”
Hehe. Maken de ontwerpers speciaal voor EIGHT nieuw werk?
“Elk EIGHT magazine heeft een thema, waarvoor ik acht kunstenaars vraag een werk maken. Het is niet de bedoeling dat het een soort portofolio magazine wordt dat opgevuld is met werk van kunstenaars uit hun hoogtijdagen. Voor elk thema krijgt de kunstenaar ook een briefing, dus zomaar een werk uit het archief pakken wordt lastig.”
Hoe vaak komt EIGHT uit?
“Het eerste issue is net verschenen, vanaf nu gaan er vier issues per jaar verschijnen. In april, juni, september en december. Hopelijk in de toekomst ook vaker. Het magazine is niet direct verbonden aan actualiteit, dus er kunnen ook voor speciale gelegenheden issues verschijnen. Alles is mogelijk.”
Wat is dat toch met mensen die het issue zeggen. Vice en Blend doen dit ook al. De issue klinkt veel beter en volgens mij is het ook een mannelijk woord. Anyhoo. Waarom denk je dat mensen op Eight zitten te wachten?
“Er bestaan talloze portofolio magazines waarin het werk van kunstenaars op A5 of op krantenpapier geprint wordt. Maar er is geen enkel magazine dat de kunstwerken de kwaliteit geeft die ze verdienen. Alle pagina’s zijn fullpage bedrukt op een 30 bij 40 formaat. Mooie kunst voor aan de muur? Lijkt me een no-brainer toch?”
Voor een lijst van distributiepunten van EIGHT Magazine kijk je hier

























©